White's DFX veldtest
Deze test is i.o.v. DSH uitgevoerd.
copyright Detection Systems Holland
Woensdag 24 oktober was het dan eindelijk zover.
Ruud de Heer (Detection Systems Holland) belde me dat de eerste DFX'n binnen waren gekomen.
Ik was onderweg van Almere naar Musselkanaal en stond dan ook binnen een uur op de stoep bij Ruud in Zalk.
Na wat bijgepraat te hebben, spoedde ik me naar huis om zo snel mogelijk de nieuwste detector van White's uit te proberen.
Als enthousiaste XLT-gebruiker was ik natuurlijk erg benieuwd hoe de nieuwe DFX zou presteren.
Bij het openen van de doos viel de degelijke verpakking op die beschadiging tijdens transport voorkomt en ik begon
voorzichtig de machine uit te pakken. Het uiterlijk van de DFX is identiek aan dat van de vertrouwde XLT en alleen
de aanduiding DFX verraad dat we het hier met de nieuwste en meest geavanceerde telg uit de White's familie te maken hebben.
De DFX bestaat uit vier onderdelen namelijk: de armsteun met daaraan het elektronicahuis en het display,
de lichte tussensteel, de ondersteel en de nieuwe 25 cm Multiple Harmonic Wide Band schotel.
De detector laat zich gemakkelijk samen bouwen en het geheel voelt solide en licht aan zoals we dat van White's
Electronics ltd. gewend zijn. In de doos zitten verder een batterijlader en twee batterijhouders waarvan
één oplaadbaar (gevuld met nicad batterijen zonder geheugen), en de andere die gevuld kan worden met
8 penlite (alkaline) batterijen. Ook een koptelefoon, kabelgeleiders en beschermkap ontbreken niet.
De beschrijving leert dat het oplaadbare batterijpack de eerste keer 22 uur geladen moet worden en vreemd genoeg,
als rustig mens, bleek ik niet zoveel geduld te hebben en besloot snel de batterijhouder te vullen met de alkaline penlites.
Dit pack laat zich eenvoudig in de elektronicabehuizing glijden, dekseltje dicht en aanzetten maar!
Bij het aanzetten valt de helderheid van het scherm op. De XLT is al zeer goed afleesbaar, de helderheid van het
scherm van de DFX overtreft dat van zijn oudere broertje. De informatie, die het scherm geeft bij het instellen van een
zoekprogramma, ziet er voor een XLT-gebruiker zeer vertrouwd uit. De DFX programmatuur kent enkele extra functies t.o.v.
de XLT, waar ik later nog uitgebreider op terug kom. De informatie "vliegt" bij de DFX over het scherm en
duidelijk is dat de dubbele kloksnelheid van de processor zich vertaalt in het sneller laden of programmeren van een
programma. De DFX kent vijf zoekprogramma's die door de fabriek vooringesteld zijn maar ook vier custum-Eeprom
zoekprogramma's die naar eigen behoefte aangepast en bewaard kunnen worden. Je kunt deze 4 programma's zelfs een
eigen naam geven zoals bijvoorbeeld schoon, vuil, recreatie etc.
Nu ben ik hier in Musselkanaal in de gelukkige omstandigheid dat ik voor een zoekterrein niet ver hoef te lopen of te
rijden want om mijn huis liggen honderden hectares akkerland waar ik met toestemming mag zoeken. Deze akkers liggen vol
met het vermaarde "stratendrek" en dus is er genoeg moois te vinden. Om te beginnen probeer ik één
van de nieuwe vooringestelde Eeprom programma's die eventueel naar eigen behoefte aangepast kunnen worden.
Maar na het laden van het programma en enkele meters getest te hebben concludeer ik dat de "Amerikaanse"
programmatuur niet echt geschikt is voor onze Hollandse bodem, tenzij men niet binnen een uur "hoorndol"
wil worden. Met deze programmatuur brengt men de DFX waarschijnlijk binnen het uur weer gillend terug naar de
dichtstbijzijnde dealer. Ik besloot dus deze vier programma's in grote lijnen in te stellen naar de uitgeteste
"Hollandse" basisprogramma's zoals die door de White's importeur (DSH/Ruud de Heer) bij de DFX geleverd worden.
Daarna snel weer terug de "tuin" in.
Rust, er heerst rust gedurende de eerste meters die ik over de akker loop. Ik zwaai voor de zekerheid even met mijn
schep over de schotel en een duidelijke heldere piep bevestigt dat de DFX in ieder geval werkt. Al snel volgen enkele
duidelijke signalen en na wat graafwerk begroeten we de eerste munten, want op 15 cm pak ik de eerste 19e-eeuwse
cent. Twee stappen verder op 18 cm de tweede 19e-eeuwse cent. Ik dacht "dat gaat goed", maar was
iets te voorbarig en vond verder alleen nog wat non-ferro (niet-ijzer), waarbij het grootste stuk (een stuk vertint) blik
van ongeveer 10 bij 10 cm toch op ongeveer 50 cm diepte "gehaald" moest worden. En toen kwam ook langzaam het
besef dat ik geen enkele valse toon had gehad. Bij elke "beep" lag er ook wat op deze toch licht gemineraliseerde
grond. Wat mij opviel was dat er soms een "toon" kwam die zowel in het niet ijzer als in het ijzer
gebied (op de display) een balkje weergaf
Na dit in de grond gecontroleerd te hebben bleek het dat er een stuk ijzer naast een stukje lood lag. De beeldscherm
informatie blijkt dus echt goed te werken: Toonmaskering van het ijzer (maar wel zichtbaar op het scherm) en detectie
van het er naast liggende non-ferro (in dit geval lood).
De DFX was tot dan erg stabiel en stil en had nog geen kraakje laten horen.
De discriminatie van ijzer en mineralisatie werkt dus bijzonder goed. Ik besloot de AC-sens (diepteregeling) op te schroeven
tot 80 (95% van het maximaal vermogen) met als resultaat: nog even stil en stabiel.
De volgende dag ben ik op een es in Onstwedde te gaan zoeken waar de grond toch zwaarder gemineraliseerd is.
Het resultaat was: een handvol munten en voorwerpjes, een berg non-ferro (niet ijzer) rommel en een heerlijke stille
en "stabiele" zoekmiddag.
Ik had tot dan gezocht in de 2 frequency "best data" mode, hetgeen betekent dat de DFX twee frequenties
de grond in stuurt namelijk 3 kHz en 15 kHz en waarbij de processor de beste data (metaal informatie) laat verschijnen
op het scherm en deze hoorbaar maakt in de koptelefoon.
Ik besloot het nu eens te proberen met alleen de 3 kHz frequentie en merkte meteen dat de DFX onrustiger werd
en af en toe met licht gekraak de eigenschappen ging vertonen van een normale detector op gemineraliseerde grond.
Lagere frequenties zorgen weliswaar voor meer diepgang en maken een detector gevoeliger voor metalen zoals bijvoorbeeld
koper en zilver, maar werken ook veel minder stabiel en veroorzaken meer gekraak dan de hogere zoekfrequenties die veel
rustiger en gevoeliger voor metalen als goud en nikkel zijn, maar helaas ook minder diepgang hebben. Ik moest de AC-sens
(diepte bereik) dan ook wat terugschroeven om enig sinds dezelfde rust te creëren als voorheen.
Ik was inmiddels verwend met de rust die er tijdens het zoeken met de Spectrum DFX heerst. Het blijkt dat de aangepaste
programmatuur onontbeerlijk is. De Groningse vaak gemineraliseerde grond is toch weer anders dan de vette Beuningse
klei en om met een lekker en stabiel programma te kunnen zoeken zullen er her en der toch wat kleine aanpassingen
in de programma's nodig zijn.
De DFX wordt standaard geleverd met 9 (voorgeprogrammeerde) programma's. Met de vier zelf instelbare programma's, z
oals die er door de White's importeur DSH ingezet worden, kan men zonder enige kennis van het programmeren direct bijzonder
goed uit de voeten. Het zijn echt vier Hollandse "Turn and Go" programma's en dat maakt dat beginnende of minder
ervaren zoekers ook goed met deze professionele detector uit de voeten kunnen. De echte "detectorfanaat" die het
uiterste uit de DFX wil halen komt echter ook volop aan zijn trekken. Hiervoor biedt de White's Spectrum DFX voldoende
mogelijkheden.
De DFX kent 44 (jawel) verschillende instelmogelijkheden en enkele hiervan kunnen elkaar behoorlijk beïnvloeden
zodat de som der varianten welhaast ontelbaar is.
Enkele nieuwe opties t.o.v. de XLT zijn het "Hotrock reject"filter (afwijzen van zware mineralisatie).
Deze is zodanig in te stellen dat totale acceptatie tot totale afwijzing van aanwezige mineralisatie mogelijk is.
(Dus geen nare bijgeluiden meer op welke vervuilde grond dan ook).
Een extra belangrijke DFX functie naast de 2 frequency "best data" (zie boven) is de 2 frequency
"correlate" functie waarbij het signaal van een vondst met beide frequenties vergeleken wordt en indien
deze niet overeenstemmen, het object afgewezen wordt. ( Goed te gebruiken op met ijzervervuilde grond zoals bijvoorbeeld
ijzeroer)
VDI normalised (zichtbare discriminatie identificatie) is handig voor oud XLT zoekers. De DFX geeft dan de
vertrouwde XLT (metaal) referentie getallen weer. De keuze uit het zoeken met 1 frequentie, namelijk de 3 kHz of 15 kHz
mag een aanwinst genoemd worden. Je kunt nu zelf de frequentie keuze maken. Dus wanneer je op erg schone grond zoekt
gebruik je bijvoorbeeld de 3 KHz (groter dieptebereik)
Op zeer vervuilde grond kun je de 1 frequentie 15 kHz goed gebruiken zodat je geen last meer hebt van mineralen en
dergelijke. Deze zoekfrequentie zal kleine gouden en zilveren muntjes veel beter detecteren.
Een verdere interessante optie is DSF oftewel Digital Signal Filtration, die ingesteld kan worden van twee (standaard
bij een normale detector) tot en met zes filters. Hoe hoger het aantal filters des te dieper en stabieler men kan zoeken
in gemineraliseerde grond, zeer diep dus! Eenmaal gewend aan dit grondfilter zal je zeer waarschijnlijk niet meer
zonder willen zoeken. Bijgeluiden behoren echt tot het verleden en met behoud van diepte!!!
"Sweep speed" (instellen van de zwaaisnelheid) is ook een interessante optie die het mogelijk maakt om op
schone of lichtverontreinigde grond met een hoge zwaai instelling snel te zoeken. Een lage instelling maakt dat de
afstelling van de detector optimaal is om rustig te zoeken op sterk verontreinigde grond.
De stichting Archeologie & Monument te Emmen, waar ik samen met enkele andere detectorvrienden bij officiële
opgravingen de grond afzoek en meehelp met opgravingen, is momenteel bezig met het opgraven van een voorde (=doorwaadbare
plaats in een rivier of beek). De grond hier is erg schoon en kent nauwelijks mineralisatie. Mijn oude XLT kon hier tot
nagenoeg de maximale gevoeligheid opgeschroefd worden en voor de nieuwe DFX moest dit natuurlijk een prachtig stuk
testterrein zijn. Ik besloot om een stuk grond af te zoeken wat al minstens tien keer zeer nauwkeurig afgezocht was
door diverse detectoren.
De discriminatie werd nagenoeg geheel teruggeschroefd zodat ik ook ijzer zou kunnen detecteren (accept vanaf min 80) en
ik begon samen met behulp van Peter Frikken, een wel zeer ervaren XLT-zoeker, rustig het voorgenomen stukje grond af te
zoeken met als resultaat: 2 minutieuze stukjes van handgesmede spijkers ("dikke spelden" op ong. 15 cm) en een iets
groter stuk (ong. 4 cm) op ong. 35 cm. Dit was een diepte die ons deed verbazen. De DFX is erg gevoelig en voegt wat
dat betreft ook weer iets extra's toe in de archeologiewereld.
Ik had nog een zoekopdrachtje lopen bij de manege in Stadskanaal. Hier was waarschijnlijk een gouden armband tijdens het
paardrijden verloren. Een manegebak waar al 30 jaar intensief word paard gereden is wel zo'n beetje het absolute uiterste
t.o.v. van schone grond. Je hebt hier te maken met zwaar verontreinigde grond die sterk gemineraliseerd is. Na het licht
vervuilde programma geladen te hebben is de detector instabiel en reageert nerveus op deze sterk gemineraliseerde grond.
Ik besef dat ik waarschijnlijk beter het sterk vervuilde programma had kunnen laden maar besluit dit toch niet te doen.
In plaats daarvan schroef ik "groundfiltering" op van 4 naar 6 en daarna wordt de DFX ineens stabiel en rustig.
Na veel sterk aangetast muntgeld, gespen, knopen, stijgbeugels, sleutels en de vermaarde trekringen gevonden te hebben
komt de verloren gouden armband helaas niet boven water. Maar "groundfiltering" blijkt wel een zeer praktische
en nuttige functie te hebben bij het onderdrukken van mineralisatie-invloeden. Hierdoor wordt het zoeken met de
Spectrum DFX (met een te verwaarlozen(!) diepteverlies op sterk gemineraliseerde grond) wel heel aangenaam !!
Velen vonden al dat de Spectrum XLT (lees dus nu ook DFX) de beste visuele, toon en voorwerp identificatie heeft die er momenteel in ons detectorwereldje voorhanden is. Het gebruik van zo'n digitaal
display is voor een "meter of geluid" zoeker altijd even een kwestie van wennen. Die extra
digitale- en visuele informatie die nu bij een "beep" gezien wordt leert je na enige tijd met welk soort
metaal je te maken hebt. Elke metaalsoort geeft zijn eigen unieke nummer op het digitale scherm weer. Het mooie van
dit systeem is dat je ook elk nummer onafhankelijk van elkaar kunt wegfilteren zonder dat dit ten koste gaat van andere
metalen (zoals wel gebeurt met een draaiknop discriminatie). Je weet dus op voorhand al wat je wel en wat je niet kunt
vinden (of discrimineert).
En dit is nou net wat elke detectoramateur graag wil. Een goede discriminatie zonder zwaar te filteren wat normaal
gesproken vaak ten koste van de diepte en vondsten gaat. De White's Spectrum DFX is dan ook zondermeer een innovatieve
digitale allround- én specialistische metaaldetector voor rustig, stabiel, aangenaam en diepzoekend detectorplezier
met wel één voorwaarde: de juiste "Hollandse" zoekprogramma's.
Het toepassen van twee zoekfrequenties (onafhankelijk of samengevoegd) en de nuttige en unieke instelopties van de DFX,
bieden de detectoramateur dan ook geheel nieuwe mogelijkheden bij het beoefenen van zijn of haar hobby. Deze reeds
ingezette digitale (frequentie) techniek zal dan ook in de detectorindustrie nog verder zijn intrede doen.
Het was dan ook te verwachten dat White's electronics met een dergelijke detector op de markt zou komen.
Men heeft deze nieuwe detectortechniek op een wel zeer functionele wijze in praktijk weten te brengen:
Men neme als basis het wereldwijde succesnummer de White's Spectrum XLT met zijn betrouwbare techniek en behuizing
en zijn bedieningsgemak, voeg daarbij de frequentie techniek met bijbehorende voordelen, de extra opties en
instelmogelijkheden en het eindresultaat is er dan ook naar en mag qua prestaties indrukwekkend genoemd worden:
 |
DE WHITE'S SPECTRUM DFX |
 |